|
|||
Jopie Jonkers in de New Folk Sounds |
|||
|
Jopie Jonkers maakte begin jaren zeventigals zangeres deel uit van Deirdre en Pegasus, twee legendarische folk(rock)groepen uit Nederland. Daarna leek ze van het toneel verdwenen om rond 1985 ineens op te duiken in een formatie Caminando, met de toen nog relatief onbekende Koen de Cauter. De Keltische folk was ingeruild voor Zuid-Amerikaanse. En bij de stem was een instrument gekomen , de harp. “Gaandeweg ging me die folkrock steeds meer tegenstaan. Met Pegasus was ik al meer akoestisch bezig. Via de Keltische muziek kwam ik bij de harp terecht, dat ik altijd een fascinerend instrument had gevonden. Ik vond een leraar, maar die speelde Zuid-Amerikaans. Ik dacht:’die buig ik wel even om”maar dat ging dus geheel andersom. Jonkers raakte in de ban van de Zuid-Amerikaanse muziek, met name die van twee landen met een sterke harptraditie : de Paraguayaanse en Venezolaanse. “Vooral dat laatste sprak me erg aan. Daar klinkt de invloed van de zwarte slaven nog sterk door, met name in de ritmische structuren. Later ging ik me meer en meer verdiepen in Argentijnse muziek en ging dat overzetten op de harp. Ze kennen het instrument wel, maar je associeert Argentijnse muziek toch eerder met gitaar en bandoneon”. De volgende stao die Jonkers zette wasde aanschaf van een enkel pedaalharp , die zij met lichtere snaren bespant, om toch dat typische Zuid-Amerikaanse “warme”geluid te krijgen “in plaats van dat klassieke, strakke. Ik vind dat zo, tja….damesachtig klinken”. Met Caminando nam ze ooit een LP op (1985). Door drukkewerkzaamheden van de divers leden in andere formaties sluimerde Caminando slechts. In 1995 werd de draa met de Jopie Jonkers Groep weer opgepakt en de samenwerking geïntensiveerd. In 1998 resulteerde dat in “Así soy yo” (“Zo ben ik”). Ruim twee jaar later is er dan: “El alma tira p’atrás” . De titel komt uit een zinsnede van een gedicht van de Argentijnse muzikale volksheld Atahualpa Yupanquí en betekent zoiets als “de ziel verlangt naar vroeger”. Houdt dat een hang naar nostalgie in? Jopie Jonkers: “Yupanquí gebruikt het erg beeldend. Als je de streek verlaat op je paard, dan trekt het dier je naar voren, maar je ziel trekt je naar achter. Het verlangen naar iets dat je verlaat en dierbaar is. Ik houd erg van die muziek: Yupanquí, Jorge Cafrune, Carlos Gardel. Maar nostalgie in de betekenis dat vroeger alles beter was? Nee. Deze muziek past gewoon goed bij mijn karakter. Acoustisch, iets met diepgang. Ik vind de Argentijnse muziek heel erg rijk. Ik moet zeggen dat ik dat toch een beetje mis als ik naar hedendaagse muziek luister”. Ondanks dat Jopie Jonkers “oude “ muziek speelt , doet ze dat niet geheel vast zittend aan allerlei traditionele beperkingen. Zo is de samenstelling van de formatie voor Zuid-Amerikaanse muziek al niet standaard. Naast Jonkers (harp, zang) is er Rinus Raaijmakers (contrabas), Willy Seeuws (slagwerk) en natuurlijk Koen de Cauter op gitaar. “Tot ons vorige album speelden we met een extra slaggitarist, we hebben die niet vervangen. Koen en ik hebben nu meer vrijheid om te sleutelen aan het ritme ,je zit niet al te strak vast aan dat tjakke tjakke tjak. En Koen vvoegt met zijn op Django Reihardt gebaseerde stijl weer een vreemd element in, maar dat past perfect bij mijn basisinbreng. Koen en ik vormen de nucleus van de groep. Ik zeg wel eens :”ik ben als het ware de pergola en Koen is de slingerplant die de muzikale versieringen aanbrengt”. Ook voor de benadering van de liederen kiezen Jonkersc.s. voor een vrije aanpak. Zo zou ze bijvoorbeeld Paraguayaanse liederen kunnen begeleiden op een Venezolaanse harp en omgekeerd. Of bepaalde akkoorden kunnen spelen die niet in de oorspronkelijke muziek voorkomen. “Sommige collega spelers spreken me daarover aan. Volgens hen kan dat niet. Die zijn heel streng inde leer. Zij spelen die melodieën heel traditioneel, folkloristisch bijna. Ik zit niet zo in een stijl vast”Behalve Zuid Amerikaans staan er ook enkele Franse chansons op “El alma tira p’atrás” . “De interesse voor Franse chansons heb ik al van kinds af aan. Ik heb zelfs een tijdje Frans gestudeerd. Koen heeft dat proces om franse liederen te gaan spelen wel gestiomuleerd, maar niet geïnitieerd. Dat kwam geheel uit mezelf”Op dez CD vind je naast liederen van Luis Marquetti , JV Torrealba, Gardel, Yupanquí en Ariel Ramirez bijvoorbeeld “Accordeon”(Serge Gainsbourg), “La Bohême” (Aznavour) en “Que sera de mi vida”(Livingstone/Evans) . Jonkers kiest ze bewust uit, mede op grond van de inhoud van een lied. “Een tekst moet voor mij een zinnige betekenis hebben. Geen inhoudsloos gekonkel . Er mag bets wat sentiment inzitten, zoals het verlaten van je geliefde streek. Dat is een universeel gegeven. Als ik soms mensen hier in eenzaamheid zie wegkwijnen, verlaten van hun familie, dan raakt mij dat als familiebeest diep. Maar geen goedkoop sentiment of dweilpartijen. Ik moet er iets bij voelen. Dat is een sterk criterium”. |
|||
| Publicatie: Marius Roeting in New Folk Sounds - mei 2001 | |||