Niet veel. Kijk, of je nu in Nieuw-Zeeiand zit of in Amerika of in Boedapest, iedere radio spuwt dezelfde rommel uit, zoals de McDonalds overal.'t Is triestig. Er zit 'n zekere naïviteit in die oude muziek,'n vertrouwen ook van de artiest, minder arrogantie en minder stroomlijn, 't is minder voorgestoomd en er is meer eigenheid.

- Voorkeur voor Latijns-Amerikaans of Frans?
Koen: Als ik 't zo bekijk hoor ik liever Latijns-Amertkaans, 't is dikker, rijker, prachtiger, en 't heeft 't voordeel van het mysterieuze. Voor mij heeft chanson omzeggens geen mysterie. Ik heb
geen complexen tegenover chanson d.w.z. moest ik Falú moeten zingen in Buenos Aires, ik zou 't niet doen. Maar moest ik Brassens moeten zingen voor Brassens zelf, ik zou 't direct doen.

- Hoe kwam u op het idee van de strijkers?
Koen: Kleur, afwisseling. Wel, ik had ooit, voor een vorige CD, een arrangement geschreven van het nummer "Volver" maar dat is toen niet doorgegaan. Dus nu was de gelegenheid daar om 't toch uit te voeren, 't Is een droom van iedere 'selfmade' muzikant om met strijkers te
mogen kunnen spelen. Ik denk wel dat 't voor Jopie ook zo is, en niet zonder reden ; de klank van een strijkers-ensemble is met niets tevergelijken.
't Heeft iets paradijselijks.


 


Al schrijvende merkt men dat het een apart vak is waar men,zoals met alles, honderden of duizenden uren aan moet spenderen. Voor mezelf denk ik niet dat er werkelijk toekomst in zit maar voor Myrddin is dat anders. Hij is nog jong, voor hemmet zijn bijzondere muzikaliteit is er werkelijk toekomst in het muziek- schrijven. Zijn aanpak is vrijer,origineler envooruitstrevender Luister naar "Alfonsina Y El Mar" 't is gedurfd maar prachtig.

Een slotwoord?
Koen: Dat ik nog altijd geen sporen van vermoeidheid zie in de muzikale relatie met Jopie, ik stel met genoegen vast dat ik met 'n glimlach naar onze optredens vertrek en dat komt voornamelijk omdat ik in de luxepositie van muzikale omringer zit. Zij draagt de muziek, en op 'n overigens zeer elegante én muzikale manier.

Onze dank aan Rudolf Teirlinck en
Bart De Caluwé voor hun enthousiasme en goede zorgen, aan Jochem en Eva voor klank en ontvangst, aan Daniël en Nildo
voor de opzoekingen, aan Feihe voor zijn lustig gefilm, Manu voor zijn immer voortreffelijke bladschikking, Michiel, Finn en Dajo voor hun verkwikkelijke gestrijk, Myrddin voor zijn onvergelijkbare muziek en tenslotte en bovenal Job Zomer
voor zijn groot hart.

Koen & Jopie